De column van Herma

Vooruit en stilstaan

Als ik bij de fysioles vandaan kom, voel ik me ‘gerekt en gestrekt’. Alsof ik als schoon linnengoed, gestreken en opgevouwen zo de kast in kan. Alsof ik er als auto er weer spic en span bijsta na de klus van het wassen, uitzuigen en de ramen zemen. De spierbewegingen die ik met armen, benen en schouders gemaakt heb, geven een tevreden, wat lomig gevoel. Ik merk – nog steeds – langzame vooruitgang. Na de vorige lockdown was ik behoorlijk achteruit gehobbeld. Ik was veel stijver en ondanks dat we vaak wandelden en fietsten, was mijn conditie echt minder. Sinds ik er half augustus weer elke week een uurtje mee bezig ben, gaat het weer bergopwaarts.

Ik ben inmiddels op een leeftijd dat mensen zeggen: joh, je wordt ook ouder, geen wonder dat je minder soepel bent dan vroeger. Zij vergeten gemakshalve dat bij mij reuma daarin ook een belangrijke rol speelt. Hoogleraar neuropsychologie Eric Scherder, zegt: “Blijven bewegen, dat is ook goed voor je brein!” Reumatologen en fysiotherapeuten zeggen het ook: blijven bewegen, spieren sterker maken, die vangen dan de gewrichtsproblemen zoveel als mogelijk op.

Tussen ‘bewegen’ en ‘sporten’ zit een groot verschil. Bij het ‘echte’ sporten gaat het om almaar sneller, meer, hoger, beter. Met zware gewichten, snelle herhalingen en hopen zweet en dat in zo’n latex outfit. Ziet u het voor u? Zo’n ‘sportuitdaging’ is aan ons niet besteed, dat is niet geschikt voor reumapatiënten. Wij moeten het hebben van het evenwicht tussen ‘wat kun je’, ‘wat is goed voor jou in jouw situatie’ en ‘wat is jouw grens, daar ga je niet overheen’.

En in dat evenwicht fladderen voor mij ook de begrippen ‘gezelligheid’, ‘noodzaak’ en ‘uitdaging’. Meerdere mensen die aan oefeningen bezig zijn, is gezelliger. Je hebt tussendoor nog eens wat te kletsen. En ‘t moet, het is goed voor ons. Waar ik voor uit moet kijken is dat de oefeningen niet op de automatische piloot gaan. Niet weken, maanden achter elkaar hetzelfde. Dan blijf ik stilstaan. Ik moet af en toe een klein beetje ‘aanschuren’ tegen m’n grens, alert blijven: gaan dezelfde oefeningen wat beter? heb ik geen last? gaat het misschien wat te gemakkelijk? Bij 3 x ja kan ik volgende keer een klein beetje meer en met 1 x nee, doe ik volgende week hetzelfde. En kijk ik er dan weer naar. Wel vooruit, maar met langzame stapjes. Dat bedoel ik met ‘uitdaging’.

Dit nu zo schrijvend, trek ik voor mezelf een conclusie: ik heb, denk ik, in de oefeningen die ik wekelijks doe die goede uitdaging gevonden. Ik bouw mijn spierkracht langzaam op en de fysiotherapeut helpt me daarbij, door goed naar me te kijken en een advies te geven over m’n houding, bijvoorbeeld door wat beter te strekken of m’n hoofd rechtop te houden. Of ze reikt een oefening aan die een stapje verder gaat, omdat ik de oude oefening inmiddels ‘op m’n sloffen’ kan. Door die aanpak merk ik dat het wat beter, soepeler gaat. Dat m’n uithoudingsvermogen toeneemt.

Het is het waard en dat gevoel gun ik iedereen!

En dan sta je weer stil omdat door Corona de lessen moeten stoppen …

Reageren?

hermajurgvanduijsen@gmail.com