De column van Herma

De baas

Ooit had ik een hond. Een dobermannpincher, die ook echt bedoeld was als bewakingshond. Aan mij de eer om Fitz – hij was vernoemd naar John Fitzgerald Kennedy – op te voeden. Honden moet je strak houden en zeker dobermanns, dus daar ging ik: ZIT. GA. WACHT. KOM. Op die manier communiceren met een hond klinkt als een strak commando, de toonhoogte van je stem gaat aan het eind van het woord naar beneden: jij bent ‘de baas’.
Het commando EET was noodzakelijk: hij moest leren dat hij pas na dat commando aan zijn eten mocht beginnen, omdat er wel eens vergiftigd vlees over de omheining werd gegooid met de bedoeling de hond uit te schakelen. Dus tegen etenstijd commandeerde ik: FITZ. KOM. HIER. ZIT. Dan de etensbak neerzetten. Hond strak aankijken. Steeds langer uitstellen. En dan … EET.
Natuurlijk was het ook een lieve hond. We konden spelen en stoeien. Maar hij moest heel duidelijk het verschil leren tussen spelen en de daarbij behorende lieve commando’s als: kom maar, nee af, breng terug, en het commando: FITZ … KIJK als ik wegging. Dan ‘ging hij aan zijn werk’ en rende de tuin in om zijn rondjes langs het hek te lopen.

‘U moet leren om uw energie goed te gebruiken’, zegt de reumatologieverpleegkundige. ‘Een voor u goede combinatie vinden van bewegen, want dat moet bij reuma – maar ook van rust. U moet goed naar uw lijf leren luisteren’. En dat is nou precies wat ik nooit heb geleerd. In mijn werk zorgde ik er voor dat anderen kregen wat ze nodig hadden om verder te kunnen. Als mijn hoofd bedenkt dat ik nog even … dan doe ik dat. Dat zit zo helemaal in mijn systeem. En nu moet het ineens honderdtachtig graden anders. Ik moet dus leren om – als ik zit – niet meteen op te staan. Want zitten, is zitten, rust is rust. Totdat je voelt dat je weer verder kunt. Dus: van te voren bedenken: heb ik een pen? Ligt m’n leesbril naast me? Liggen de kranten voor het grijpen? Is m’n telefoon in de buurt? Is op al die vragen het antwoord JA, dan ga ik zitten. En mis ik iets? Dan kàn ik het mijn man vragen. En hij pakt het graag voor me, maar het is niet de bedoeling dat ie me de hele dag achterna hoeft te lopen. De mantelzorg is toch al heftig genoeg. Dan is het dus: helaas pindakaas.

Ik wil dit voor elkaar krijgen, omdat ik voel dat het goed voor me is. Maar m’n jarenlange reflexen zijn vaak sneller. Het slijpt er maar langzaam in. Stukje bij beetje word ik me er van bewust, soms al halverwege het opstaan uit de stoel, dat ik moet blijven zitten!!! Na dagen, weken vraag ik me wat geïrriteerd af waarom ik het nou nog niet heb geleerd. Het gesprekje met mezelf wordt steeds korter: Neeeeeeee. Zit. Kom op!
En dan – ineens – breekt het door: de reuma is ‘de baas’, het lijf is de hond, die moet leren luisteren: ZIT HOND.
Gelukkig hoef ìk niet te wachten op een EET-commando.

Reageren?
hermajurgvanduijsen@gmail.com